20.6  Transformaties >
Schuiven
1
2
a

nummer vierkant

1

2

3

4

5

coördinaten midden

( 2,2 ) ( 3,5 ) ( 4,8 ) ( 5,11 ) ( 6,14 )

b

( 101,299 )

1s
2s

( a + 30, b + 10 )

Spiegelen
3
4
a


b

De beeldpunten van A , B en C zijn ( 1,-2 ) , ( 1,-5 ) en ( 7,-2 ) .

c

De beeldpunten van A , B en C zijn ( 1,2 ) , ( 1,5 ) en ( 7,2 ) .

d

( 100, 200 ) ; ( 100,200 ) ; ( 100, 200 )

e

( a , b ) ; ( a , b )

3s
4s
a

B ( a , b )

b

C ( a , b )

c

D ( a , b )

d

Punt A

5
a

punt

( 0,4 )

( 8,3 )

( 1, 2 )

( 2,5 )

beeldpunt

( 10,4 )

( 2,3 )

( 9, 2 )

( 12,5 )

b

( 90,200 ) ; ( 40, 20 )

6
7
a

De beeldpunten van A , B en C zijn ( 2,5 ) ( 4,0 ) en ( 2,7 ) .

b

( 100, 194 ) ; ( 30,26 )

6s
7s
a

A ( a ,0 ) en C ( 0, b )

b

P ( 10,0 ) ; Q ( 10 a ,0 ) ; R ( 10 a , b ) en S ( 10, b ) .

c

T ( 0,6 ) ; U ( a ,6 ) ; V ( a ,6 b ) en W ( 0,6 b )

Draaien
8
10
a

De beeldpunten van A , B en C zijn ( 5,0 ) , ( 5, 2 ) en ( 0, 2 ) .

b

Een puntspiegeling.

c

( 1 1 2 , 2 )

d

De beeldpunten van P , Q , R en S zijn ( 3, 4 ) ( 8, 4 ) , ( 8, 2 ) en ( 3, 2 ) .

e

( a , b )

9
11
a

b

c

( 2, 5 ) ; ( 5, 2 ) ; ( 2,5 )

d

( 200, 100 ) ; ( 100, 200 ) ; ( 200,100 )

e

( b , a ) ; ( a , b ) ; ( b , a )

8s
10s
a

( a , b )

b

( b , a )

c

P ( 14,6 b ) ; Q ( 14 a ,6 b ) ; R ( 14 a ,6 ) en S ( 14,6 )

9s
11s

( 2 x 3,2 y 2 )