1
a
b

Ja

c

In het bovenaanzicht.

d

1 2 + 1 2 = 2 , 2 2 + 2 2 = 8 , 3 2 + 3 2 = 18 , 4 2 + 4 2 = 32 , 5 2 + 5 2 = 50

2
3
a

De speler staat 60 m van de lichtmasten af.

25 2 x = 60 + x
25 x = 120 + 2 x
23 x = 120 , dus x 5,22  m.

Ruim 5 mm in de tekening; klopt.

b

A P = 40  m, dus 25 2 x = 40 + x 25 x = 80 + 2 x 23 x = 80 , dit geeft x 3,48  m.

B P = 60  m, dus 25 2 x = 60 + x 25 x = 120 + 2 x 23 x = 120 , dit geeft x 5,22  m.

C P = 80  m, dus 25 2 x = 80 + x 25 x = 160 + 2 x 23 x = 160 , dit geeft x 6,96  m.

D P = 67  m, dus 25 2 x = 67 + x 25 x = 134 + 2 x 23 x = 134 , dit geeft x 5,83  m.

c
4
a
b
c

6 2 4 ( 1 1 2 ) 2 = 27  m2

5
a

Zie linker plaatje.

b

Zie rechter plaatje antwoord a.

6
a
b
c

Drie zijden met lengte 1 2 + 1 2 = 2 en drie zijden met lengte 2 2 + 2 2 = 8 .

d

120 ° , want de drie driehoeken die van driehoek P Q R ‘afgesneden’ worden zijn regelmatig.

7
a

Ja, als de zonnestralen hoeken van 45 ° maken met de grond en met de plaat.

b

Nee, de schaduw van de bovenkant is altijd breder dan de schaduw van de onderkant.

8
9
a
b
c

De doorsnede is een rechthoek van 2 bij 4, de oppervlakte is 4 2  cm2, dus 566 mm2.

d

In de richting C D zie je:

Uit gelijkvormigheid volgt: Y B = 2 F G = 6 .

10
11
a
b

M N = P Q = 3 2 + 3 2 = 18 en de staven hebben lengte 2 3 daarvan, dus: 2 3 18 .